Kabinet Pepijn Verheyen

Depressie en tuinieren

Depressie en tuinieren

Tuinieren is gezond! Dit lijkt misschien logisch maar wordt in het licht van de geschiedenis bekeken nog maar recentelijk ondersteunt door onderzoek.

Tuinieren, het vertoeven in de natuur of gewoon al het kijken naar een afbeelding van een groene omgeving zou meer bepaald positief zijn voor ons fysiek en psychisch functioneren. Zo herstellen bijvoorbeeld mensen die op een ziekenhuiskamer verblijven met zich op ‘groen’ fysiek sneller dan mensen waarbij dit uitzicht ontbreekt.

Maar ook op psychisch vlak zou ‘groen’ ons geen windeieren leggen. Zo tonen verschillende onderzoeken aan dat tuinieren een positieve werking heeft in de strijd tegen onder andere depressie. In een Brits onderzoek bijvoorbeeld geven tuiniers aan over het algemeen gelukkiger en gezonder te zijn dan niet-tuiniers.

Het nader bestuderen van de rol van ‘groen’ in het voorkomen en genezen van depressie is belangrijk gezien de hoge prevalentie van mensen die tegenwoordig antidepressiva nemen. Niet minder dan 1 op de 8 Vlamingen slikt dagelijks antidepressiva en het aantal mensen dat een voorschrift voor deze pillen krijgt neemt zienderogen toe. Een kostelijke vaak eerder korte termijn oplossing met heel wat bijwerkingen. Daarom moeten we op zoek gaan naar zaken die op korte termijn een toegevoegde waarde kunnen bieden als extra ondersteuning van een behandeling voor depressie met medicatie en op lange termijn hun nut kunnen bewijzen in de preventie van ervan.

 

Waarom heeft een  ‘groene’ omgeving, een tuin of tuinieren een positieve invloed op het herstel en de preventie van depressie?

Positief voor je zelfbeeld

Uit tal van onderzoeken is gebleken dat tuinieren in het algemeen en moestuinieren in het bijzonder een positieve invloed uitoefent op je zelfbeeld. Doordat je het gevoel hebt dat je kennis kan opdoen en delen, dat je zelf iets kan creëren en voor jezelf kan zorgen door het voorzien in je eigen levensmiddelen krijg je meer zelfvertrouwen. Meer zelfvertrouwen betekent meer kans op een positief zelfbeeld. Een positief zelfbeeld is op haar beurt een belangrijke factor in de preventie en het herstel van tal van psychologische stoornissen zoals depressie.

Vermindering van stress en verminderen van piekeren door een betere concentratie op ‘het nu’

Omgevingspsychologisch onderzoek wijst uit dat een natuurlijke omgeving bevorderlijk is voor onze concentratie en stress vermindert.

Wie zelf tuiniert merkt dat, met de handen in de aarde, men vanzelf rustiger wordt en een soort van zen gevoel krijgt. Het maakt je hoofd ‘leeg’. Door de fysieke activiteit ben je even met niets anders bezig dan met het tuinieren ‘ansich’. Door de concentratie op je taak en je zintuiglijke gewaarwordingen verkeren je gedachten niet in het verleden of de toekomst. Mensen met depressie hebben het daar vaak moeilijk mee. Ze zijn constant aan het piekeren en weinig gefocust op het ‘nu’.  Door even met je handen in plaats van met je hoofd te werken en aandacht te geven aan je zintuigen stopt het piekeren en ben je in ‘het nu’. Dit werkt een beetje zoals mindfulness waar men ook moet leren je focus naar je lichaam te brengen om zo met een niet oordelende houding in het  moment te verkeren. Mindfulness heeft ondertussen wetenschappelijk zijn nut bewezen in de behandeling van depressie. Het zou zelfs volgens bepaalde onderzoekers even effectief zijn als antidepressiva.

Stress speelt ook een rol bij depressie zeker bij het ontstaan ervan. Een natuurlijke omgeving in het algemeen en tuinieren in het bijzonder zou ons stress niveau doen dalen. Hoe dit juist in zijn werk gaat weet men nog niet precies. Misschien heeft het hormoon cortisol hier iets mee te maken. Een hoge concentratie cortisol is gelinkt aan meer stress. In onderzoek stelde men vast dat een ‘groene’ omgeving of tuinieren het cortistol niveau in het speeksel doet dalen. In deze zin heeft groen, door de afname van dit hormoon in ons speeksel, een rustgevend effect.

Verhogen van zelfredzaamheid, een gevoel van zelfcontrole en ‘zin’ van het bestaan

Verder verhoogt (moes)tuinieren je gevoel van zelfredzaamheid en zelfcontrole. Iets wat in het gedacht van mensen met depressie vaak juist afwezig lijkt te zijn. Dit in tegenstelling tot de twijfel over de zin van het bestaan die nu net zo aanwezig is. Ook hier kan een tuin ten delen een antwoord op bieden. De productie van eigen levensmiddelen en het met eigen handen creëren van iets wezenlijks geeft je bestaan meer ‘zin’. Je hebt het gevoel met iets nuttigs bezig te zijn.

Verder heeft een tuin je nodig. Hij vereist onderhoud, verzorging, verantwoordelijk, het nemen van beslissingen,… Ook dit geeft het gevoel dat je bestaan nut heeft en het gevoel dat iets je nodig heeft motiveert je om bezig te zijn. Het leuke eraan is dat bij tuinieren dit op je eigen tempo kan gebeuren, zonder de druk van een iets of iemand die je met de vinger kan wijzen of (ver)oordelen.

Extra vitamine D

Tuinieren betekent buiten in zonlicht werken. Ook dit kan een belangrijke factor zijn in het positieve effect van tuinieren op depressie. Een vitamine D tekort is namelijk gerelateerd aan een resem van klachten waaronder ook depressieve symptomen. Lichttherapie wordt niet voor niets ingezet bij bijvoorbeeld winterdepressie. In onze streken is een vitamine D tekort door het klimaat en ons voedingspatroon alomtegenwoordig. De oplossing is naast het eventueel toedienen van supplementen eenvoudigweg het verhogen van de blootstelling aan meer zonlicht. Dit kan door bijvoorbeeld meer in de tuin te werken.

Relativeren en hoop geven

Bij depressie lijken problemen die voor andere niet onoverkomelijk lijken plots onoverbrugbaar. Het wordt moeilijk om te relativeren. Door de hele cyclus van het moestuinieren te doorlopen (zaaien, water geven, wieden, oogsten, …) voel je dat je deel uitmaakt van een groter geheel. In vergelijking met dit groter geheel kan het soms gemakkelijker zijn om onze eigen problemen te leren relativeren. Alles komt voorbij, zaaien, ziekte, dood,…net zoals in ons eigen leven. Winters kunnen streng zijn, gewassen sterven misschien bovengronds af maar in de lente herleven ze weer. Dit kan hoop geven. Na deze eventuele donkere periode komt er iets nieuws. Alles is zoals in de natuur altijd in verandering.

Verder toont het gevoel deel uit maken van een groter geheel dat je als mens altijd een band met iets hebt; zijnde de natuur. Als de banden met anderen weg lijken te zijn is er nog altijd deze band met het groter geheel.

Serotonine en mycobacterium vaccae

Een andere verklaring waarom tuinieren ons gelukkiger zou maken moeten we misschien zoeken bij de bodem. Het werken met onze handen in de aarde is gerelateerd aan een hoger serotonine gehalte. Oorzaak hiervan is een bodem bacterie genaamd. Mycobacterium vaccae. Serotonine zorgt voor een geluksgevoel en werkt als een soort van antidepressiva. Te weinig serotonine in de hersenen veroorzaakt depressie. Draag dus geen handschoenen. Je handen vuilmaken bij het tuinieren is de boodschap. Het maakt je gelukkiger.

Oogsten en dopamine

Tot slot zou het oogsten van groenten en fruit ons vrolijker maken. Oogsten is gelinkt aan het gelukshormoon dopamine. Wanneer we ons eigen eten vinden en oogsten komt er dopamine vrij in het beloningscentrum van onze hersenen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met ons verleden als jagers verzamelaars waar we telkens als we iets te eten vonden ons gelukkig konden prijzen.

Wanneer we al het bovenstaande in rekening brengen kunnen we ons afvragen of artsen misschien moeten overwegen om in de toekomst wat meer cursussen tuinieren voor te schrijven en wat minder antidepressiva?

HOME kabinet pepijn verheyen / pepijn verheyen © 2015

depressie en tuinieren / depressie en tuinieren / depressie en tuinieren / copyright pepijn verheyen 2015

depressie-tuinieren-tuin-depressief

depressie en tuinieren